Peeping Tom – 1001 Films / Powell & Pressburger

Nummer 47: Peeping Tom – (1960) – R: Michael Powell – Engeland

Naslagwerk: 1001 Films – blz 377

“Wat ik mijn camera vastleg, raak ik altijd kwijt.” Mark Lewis (Karlheinz Böhm)

Toen deze film van regisseur Michael Powell in 1960 uitkwam, werd hij door de critici neergesabeld en het publiek vond de film walgelijk en pervers. Het deed de loopbaan van Powell geen goed. Hij had gelukkig al een florissant cv opgebouwd met Pressburger en mensen konden maar moeilijk geloven dat hij zich nu inliet met zo’n verontrustend verhaal.

In Peeping Tom is Mark Lewis (Karlheinz Böhm) iemand die in de filmindustrie werkt en altijd met zijn camera op pad is. Hij maakt voor de plaatselijke kiosk erotische foto’s en benaderd vrouwen om ze op film vast te leggen. Aan zijn camera zit een mes waarmee hij de vrouwen doodt en hij hun doodsangst vastlegt. Hoe hij zo is geworden laat Powell zien in fragmenten met zijn vader. Powell speelt kort de vader van Mark in familiebeelden die we te zien krijgen. Als hij gevoelens krijgt voor zijn onderbuurvrouw moet hij proberen zijn driften onder controle te krijgen.

Anno 2025 voelt deze film helemaal niet schokkend of pervers meer. Het is eerder een interessante karakterstudie van een jongeman die zo geworden is. Het geweld zie je nauwelijks en is niet expliciet. Je zou kunnen zeggen dat de tijdsgeest nog niet klaar was voor zo’n verhaal. Wat je wel ziet is de hand van de meester want hoewel misschien een tikkeltje verouderd, is dit een film die loopt als een trein. De kleuren zijn prachtig, Böhm speelt zijn rol heel ambigue. Deze Duitse acteur was de zoon van de beroemde componist Karl Böhm. Deze film kwam net uit vóór Psycho van Alfred Hitchcock, die gek genoeg wel werd gewaardeerd door het publiek en waar in de beroemde douche scène veel explicieter geweld in voorkomt. Maar bij Hitchcock verwacht het publiek het en bij Powell niet.

In het Eye wordt de 4K-restauratie vertoond die met steun van wederom regisseur Martin Scorsese werd gefinancierd. Ik ben blij dat ik deze mooie versie in het Eye kon zien en dat ik weer een film kan toevoegen aan het retrospectief van Powell en Pressburger.

Some Like It Hot – 1001 Films / Billy Wilder Retrospectief

Nummer 46: Some Like It Hot – (1959) – R: Billy Wilder – Verenigde Staten

Naslagwerk: 1001 Films – blz 348

Kijk toch eens! Kijk hoe ze beweegt! Als gelatinepudding op springveren.” Jerry (Jack Lemmon.

De film is ten tijde van dit schrijven 66 jaar oud en toch voelt deze film, zoals zoveel films van Wilder tijdloos. Deze film stond al een tijdje op mijn ‘wensenlijstje’ om te kijken en deze komedie waarin Tony Curtis en Jack Lemmon rond paraderen als twee verklede vrouwen om zo uit handen van de maffia te blijven, is nog altijd een steengoede komedie.

Nadat Wilder had gezworen nooit meer voor Paramount (studio) te werken na onenigheid over geld en bemoeienissen na zijn film Stalag 17, maakte hij deze film onafhankelijk van een grote studio. Het werd Ashton Productions en The Mirisch Corporation en de distributie liep via United Artists. Het was echter geen makkelijke productie. In de jaren 50 was ‘drag’ geen geaccepteerd iets in de VS. Curtis en Lemmon waren al grote acteurs maar nog niet echt doorgebroken bij het grote publiek. Het aannemen van deze rol zou een aanzienlijk risico voor het verdere verloop van hun carrière kunnen betekenen.

Om toch een grote, bekende naam aan te trekken voor de productie koos Wilder uiteindelijk voor Marilyn Monroe, met wie hij eerder had samengewerkt aan de film The Seven Year Itch. Het was echter een moeizame samenwerking geweest. Dat bleek deze productie helaas ook weer. Monroe was echt een groot talent maar ook heel onzeker en het duurde soms uren voor ze de set opging. Daarnaast had ze ook veel persoonlijke en mentale problemen. Toch is het succes van deze film volledig te danken aan regisseur Wilder, en acteurs Curtis, Lemmon en Monroe.

Het zal voor sommige mensen misschien een verrassing zijn maar de film kwam oorspronkelijk in zwart-wit uit en dat is ook de versie die ik gezien heb. Er bestaat echter ook een kleuren-versie van. Wilder koos bewust voor zwart-wit vanwege de make-up van Curtis en Lemmon. Aangezien de film zo leuk is, zal ik de kleurenversie ook nog wel eens bekijken.

Curtis en Lemmon zijn geweldig als de twee verklede vrouwen maar het is toch Lemmon die de show steelt. Zijn gevoel voor humor en zijn ongeëvenaarde timing maken dat de film anno 2025 nog steeds te genieten is. Dat hij een groot komiek was, bewees hij in de jaren daarna nog veelvuldig met Wilder samen.

Some Like it Hot is door het American Film Institute uitgeroepen tot Beste Komedie ooit. Dat is misschien een tikkeltje overdreven maar deze film kon mij zeker bekoren en voor een film die inmiddels zo oud is, is dat heel knap.

Great Expectations – 1001 Films

Nummer 45: Great Expectations – (1946) – R: David Lean – Engeland

Naslagwerk: 1001 Films – blz 216

Dit verhaal van Charles Dickens is een van de meest bewerkte en verfilmde romans van hem. Gek genoeg kende ik dit verhaal niet terwijl ik Oliver Twist wel ken. Deze versie van regisseur David Lean wordt gezien als de beste verfilming en die het meest trouw aan verhaal is gebleven. Later zou hij ook het verhaal van Oliver Twist verfilmen.

In het kort draait het om de jongen Pip (John Mills) die nadat hij een gevangene geholpen heeft, opgroeit bij Miss Havisham (Martita Hunt) en daar de jonge knappe Estella (Jean Simmons) ontmoet en verliefd op haar wordt. Door een geheimzinnige weldoener krijgt Pip de kans om naar Londen te gaan en leeft daar als een heer van stand. De verwachting is dat hij met Estella zal trouwen maar dat loopt allemaal net even anders.

Ik ben eerlijk gezegd niet zo onder de indruk van deze film. En dat ligt niet aan de geweldige regisseur David Lean – die hierna nog vele prachtige films zou maken – en ook niet aan de cast. Het camerawerk voor die tijd was prachtig en werd daarmee de eerste Britse film die een Oscar kreeg voor het camerawerk. Het ligt misschien aan het verhaal zelf of het script, maar ik werd er niet zo in meegenomen. Maar goed, dat is mijn persoonlijke ervaring met deze film natuurlijk. De film heeft nog steeds een hoge score op ImdB en wordt in Engeland nog steeds gezien als een van de beste Engelse film die er gemaakt zijn.

Meet Me in St.Louis – 1001 Films

Nummer 44: Meet Me in St.Louis – (1944) – R: Vincente Minnelli – Verenigde Staten

Naslagwerk: 1001 Films – blz 192

Meet Me in St.Louis is een musical en drama ineen. Deze door Vincente Minnelli geregisseerde film is een film over een gezin. Vader en moeder en veel dochters en een zoon. De verhaallijnen liggen vooral op de dochters en de vader en moeder. Aan de hand van vier seizoenen zien we zo wel de dagelijkse beslommeringen als wel de lastige vraagstukken waar het gezin mee te maken krijgt.

Judy Garland is de grootste naam van deze film, die al in 1939 furore had gemaakt met The Wizard of Oz. Een jaar na deze film trouwde ze met regisseur Minnelli en in 1946 werd hun dochter Liza Minnelli geboren. Garland had een roerig leven en overleed op 47-jarige leeftijd in 1969.

Ook deze film zit vol prachtige liedjes waaronder een heel bekend kerstliedje. Het in Technicolor geschoten drama ziet er nog steeds prachtig uit. Voor mijn gevoel ligt de film dichter bij drama dan musical. Er wordt overigens door iedereen goed gezongen. De jonge Margaret O’Brien die de rol van Tootie speelt, kreeg een speciale jeugd-Oscar. Deze actrice leeft op het moment van schrijven nog en is inmiddels 88 jaar. Er waren Oscar nominaties voor het scenario, camerawerk en muziek. In 1959 is er in de vorm van een tv-film nog een remake van gemaakt.

Ook dit vond ik een fijne film. Ik zag een uitstekende versie op de BBC. Regisseur Vincente Minnelli staat met nog vier andere films in deze lijst dus die zullen later nog wel voorbij komen.

Gentlemen Prefer Blondes – 1001 Films

Nummer 43: Gentlemen Prefer Blondes – (1953) – R: Howard Hawks – Verenigde Staten

Naslagwerk: 1001 Films – blz 281

Gentlemen Prefer Blondes is een onmogelijk product: een CinemaScope van de geest, een kapitalistische Potemkin” – Jonathan Rosenbaum, criticus, 1985

Deze amusante komedie en musical ineen, is een film waarvan de titel zo bekend is en ik hem toch nog steeds niet gezien had. Marilyn Monroe en Jane Russell spelen hier de hoofdrollen. Monroe als Lorelei en Russell als Dorothy. De eerstgenoemde is een echte golddigger en steekt dat niet onder stoelen of banken. De tweede is uit op aandacht en liefde. Er wordt vrolijk verleid en de mannen die in katzwijm vallen (letterlijk en figuurlijk) zijn er in overvloed.

De film zit vol leuke liedjes waarvan ‘Diamonds are a Girl’s best Friend‘ het meest bekend is. Het verhaal is bijna een klucht en door de vaart, de humor en de liedjes verveel je je geen moment. Regisseur Hawks is bekend van de film The Big Sleep en later in zijn carrière maakte hij vooral veel westerns. Eigenlijk was hij van alle markten thuis want er staan maar liefst tien films van hem in dit naslagwerk. Ik verheug me eerlijk gezegd op de andere negen. Ik heb genoten van deze film en zag een uitstekende versie van de BBC.

Ook leuk om te vertellen is dat dit verhaal als eerste gemaakt is als een ‘stomme’ film uit 1928 maar deze moet als verloren gegaan beschouwd worden.

Now, Voyager – 1001 Films

Nummer 42: Now, Voyager – (1942) – R: Irving Rapper – Verenigde Staten

Naslagwerk: 1001 Films – blz 176

Goed beschouwd is Now, Voyager uit 1942 van regisseur Irving Rapper een ‘lelijk eendje, mooie zwaan’-verhaal waarin Charlotte Vale (Bette Davis) gebukt gaat onder een tirannieke moeder. Het gaat zo slecht met haar dat een dokter langskomt. Om te herstellen gaat ze eerst een paar maanden naar een rustoord. Daarna gaat ze op cruise naar Amerika. Die transformatie is zowel fysiek als mentaal een tikkeltje ongeloofwaardig. Al moet gezegd worden dat Davis dat knap speelt. Op de boot leert ze Jerry (Paul Henreid) kennen. Een getrouwde man in een ongelukkig huwelijk maar die daarin blijft vanwege de gezondheid van zijn dochter. Ze nemen een paar keer afscheid van elkaar maar kunnen elkaar toch niet loslaten.

Het is ook een sterke vrouwenfilm waarin Charlotte moet leren om haar eigen leven te leiden en zich niet moet laten leiden door haar moeder. Ze leert ook liefde kennen en krijgt gaandeweg steeds meer zelfvertrouwen. Grappig om te zien is dat Jerry steeds twee sigaretten tegelijk aansteekt en er een aan Charlotte geeft.

De film behoort niet tot de grote filmklassiekers maar mag er toch best zijn. Met twee uur wel aan de lange kant. De slotzin: ”Don’t ask for the moon, we have the stars”, is wel memorabel geworden.

Regisseur Irving Rapper werd maar liefst 101 jaar oud. Hij stierf in 1999, vier weken voor zijn 102e verjaardag.

Ik zag een uitstekende versie op de BBC.

The Lavender Hill Mob – 1001 Films

Nummer 41: The Lavender Hill Mob (1951) – R: Charles Crichton – Engeland

Naslagwerk: 1001 Films – blz 259

Het is misschien goed om te weten dat producent Michael Balcon (die aan de wieg stond van de carrière van Alfred Hitchcock) aan het hoofd stond van de Ealing Studios die in de jaren 50 en 60 succesvolle komedies afleverden. Denk aan films als Kind Hearts and Coronets, Whisky Galore, The Man in the White Suit en The Ladykillers. Deze film uit 1951 met Alex Guiness is een pareltje. Tuurlijk, het zijn de jaren 50 dus het tempo is anders dan we gewend zijn, maar eigenlijk zit je vrij snel in het verhaal. In het kort: Guiness speelt Henry Holland, een bankbediende die dagelijks onder begeleiding van de politie goudstaven van A naar B rijdt. Hij werkt er al twintig jaar en bedenkt een plan om een van de goudladingen te beroven en het goud om te smelten naar souvenirs van de Eiffeltoren. Samen met zijn handlangers gaat dit goed totdat de souvenirs per ongeluk verkocht worden en deze in handen zijn gevallen van een groep Engelse schoolmeisjes. Met name de tweede helft van de film waarin Holland en zijn compagnon Alfred (Stanley Holloway) op de vertrekkende boot van de de meisjes proberen te komen is echt hilarisch en goed uitgevoerd.

De regie was in handen van Charles Chrichton die verantwoordelijk is voor een hele reeks bekende series en films. Het bekende A Fish Called Wanda uit 1988 was een van zijn laatste films. Ik zag de film op de BBC.

A Matter of Life and Death – 1001 Films / Powell & Pressburger

Nummer 40: A Matter of Life and Death (1946) – R: Michael Powell & Emeric Pressburger – Engeland

Naslagwerk: 1001 Films – blz 215

In dit op zich simpele maar originele verhaal draait het om de Engelse vliegenier Peter (David Niven) die boven Amerikaans grondgebied gaat neer storten. Hij krijgt radiocontact met ene June (Kim Hunter) die hem als laatste spreekt. Hij raakt in de ban van haar maar weet dat hij zal sterven omdat hij geen parachute bij zich heeft. Als hij wakker wordt op het strand, is hij in de veronderstelling dat hij in de hemel is. Maar niets is minder waar: hij leeft nog en loopt pardoes June tegen het lijf. Er is echter een probleem. In de hemel hebben ze een fout gemaakt en Peter had in de hemel moeten arriveren. Hemelgids 71 (Marius Goring) wordt naar de aarde gestuurd om hem alsnog op te halen. Peter geeft zich niet zomaar gewonnen want hij is inmiddels verliefd geworden op June en vindt dat hij een tweede kans verdient. Die kans krijgt hij uiteindelijk maar daarvoor moet hij zich wel melden in de hemel voor een rechtszaak.

De film zit vol – voor die tijd – best originele trucages ( van kleur naar zwart wit, stilstaande beelden) en het is verder een amusant verhaal. Prachtige locaties en decors ook. Er werd gefilmd in Technicolor en dat zie je terug. Goede rollen van Niven, Hunter en Livesey – die ook in The Life and Death of Colonel Blimp zat – met zijn kenmerkende stemgeluid. Hij speelde in meerdere films van Powell & Pressburger. In het naslagwerk 1001 Films is te lezen dat de film als propagandafilm werd gebruikt om de gespannen Brits-Amerikaanse betrekkingen te verbeteren. Dat voelt inmiddels wel een beetje achterhaald.

In deze video geeft regisseur Martin Scorsese zijn visie op de film:

Ik heb erg genoten van deze bekende film van het duo Powell & Pressburger. Ik zag een uitstekende versie van de BBC.

Beau Travail – 1001 Films

Nummer 39: Beau Travail (1999) – R: Claire Denis – Frankrijk

Naslagwerk: 1001 films / blz 880

“Wat je ziet is een realistische weergave (…) de Franse legionairs in de woestijn trainen inderdaad halfnaakt in de brandende zon.” Claire Denis, 2011

Beau Travail is misschien wel de meest gewaardeerde film van de regisseur Claire Denis. Na haar doorbraak met de film Chocolat (1988), werd dit haar beste film. Ik had al wat films van haar gezien voordat ik aan deze begon. Zo was hij vorig jaar nog in het Eye te zien, in een 4K restauratie, en draait ook nu nog sporadisch in een filmhuis. Ik heb de versie thuis gekeken en hoewel je wel wat geduld moet hebben, raak je ook snel betoverd door de stijl, het verhaal en de beelden.

De film wordt verteld aan de hand van een voice-over. Dat is die van sergeant Galoup (Denis Lavant) die al lang in het vreemdelingenlegioen zit in de woestijn van Djibouti. Hij kijkt op tegen zijn meerdere Bruno Forestier (Michel Subor) en de komst van de nieuweling maakt hem jaloers. Beau Travail is vooral een krachtige studie naar mannelijkheid, hiërarchie en een zoektocht naar jezelf. Een echte karakterstudie.

In een bijna ritmisch geheel zien we vooral de dagelijkse routines van de soldaten die in de hitte van de woestijn trainen. Het werkt bijna hypnotiserend. In combinatie met de voice-over en de beelden maakt dat het een sterke film.

Het zal niet voor iedereen zijn maar deze film heeft voor mij wel wat.

Wat wel opmerkelijk is dat deze gids het heeft over hij terwijl Claire Denis toch echt een vrouw is….

I Know Where I’m Going – 1001 Films / Powell & Pressburger

Nummer 38: I Know Where I’m Going (1945) – R: Michael Powell & Emeric Pressburger – Engeland

Naslagwerk: 1001 Films – blz 201

Dit is een kleinere en minder bekende film van Powell & Pressburger. Deze in zwart-wit geschoten romantische komedie over een op geld beluste vrouw, die haar naar rijke verloofde op een eiland in Schotland wil is aardig, maar maakt minder indruk dan de rest van hun oeuvre. De film heeft wel prachtige beelden van de woeste natuur van Schotland. De film focust vooral op het land en haar inwoners. Daar zetten ze deze dame tegenover als contrast. Hoofdrol is voor Roger Livesey (die we ook zagen in The Life and Death of Colonel Blimp) en Wendy Hiller. Maar misschien had ik hem niet gelijk moeten kijken na The Life and the Death of Colonel Blimp want dat is nogal een contrast. Maar deze is zeker wel het bekijken waard. Ook hiervan zag ik een gerestaureerde versie (Critirion) uitgezonden door de BBC.