Bonnie and Clyde – 1001 Films

Nummer 53: Bonnie and Clyde – 1967 – R: Arthur Penn – Verenigde Staten

Naslagwerk 1001 Films – blz 473

“Dit hier is Miss Bonnie Parker. Ik ben Clyde Barrow. Wij beroven banken.” – Clyde Barrow (Warren Beatty)

Regisseur Arthur Penn wilde een Amerikaanse misdaadfilm maken in de stijl van de Franse nouvelle vague, zo staat te lezen in dit naslagwerk. Deze film uit 1967 die door de minder streng geworden censuurregels meer seks en geweld kon laten zien, verteld het verhaal van Bonnie Parker en Clyde Barrow in de jaren 30 van Amerika tijdens de Grote Depressie. Het iconische bankrovers stel spreekt veel mensen tot de verbeelding en dat leidde tot deze film en latere films, series, boeken en muziek. Een van de laatste films, The Highwaymen met Kevin Costner, vertelt het verhaal vanuit het perspectief vanuit de FBI agenten die jacht op hen maakten.

Ik had deze film nog niet eerder gezien en ik moet zeggen dat het tijdsbeeld: de jaren 30 in het diepe zuiden goed is weergegeven. Tegelijkertijd voelt het wel echt aan als een jaren 60 film. Warren Beatty en Faye Dunaway spelen fantastisch, al zit het soms wel net op het randje van overacteren. Bijrollen zijn er van Gene Hackman, als Buck de broer van Clyde. Michael J. Pollard als een lid van de Barrow Gang. Estelle Parsons als Blanche, de vrouw van Buck en Gene Wilder in een klein en beetje vreemde rol.

Beatty is overigens op het moment van schrijven – 2026 red. – 89 jaar en Dunaway 85 jaar. Estelle Parsons leeft nog en is momenteel 98. De echte Blanche Barrow klaagde dat Estelle haar neerzette als een schreeuwende paardenkont. Ik snap het wel een beetje want ze speelt de rol behoorlijk hysterisch.

Qua seks valt het reuze mee in deze film maar misschien gezien het tijdsbeeld wel, maar het geweld daarentegen is behoorlijk expliciet. De westerns uit het begin van de jaren 60 vertoonden wel geweld maar niet zo als in Bonnie and Clyde. Met name de laatste scène – de beroemd geworden hinderlaag waarin ze doorzeefd worden met honderden kogels – is zelfs nu nog redelijk schokkend.

Wat ik ook niet wist was dat Bonnie and Clyde dus eigenlijk een bende was – die onder andere bestond uit Buck en Blanche – en dat ze niet zo zeer banken beroofden maar meer kleine supermarkten en benzinestations. De bende had inmiddels wel negen dode agenten op hun geweten en dat was ook de reden dat de FBI, ze hoe dan ook wilden stoppen.

Over het algemeen is het een goede film. Mooi tijdsbeeld, mooi camerawerk geschoten in Technicolor en goed spel. Wel zitten er een paar vreemde scènes in, die niet echt in de film lijken te passen. Die met Gene Wilder bijvoorbeeld. Volgens dit naslagwerk baande het de weg voor meesterwerken uit de jaren 70, zoals Francis Ford Coppola’s The Godfather, dat een serieus eerbetoon was aan deze film.

Er bestaat een mooie documentaire over de film: Revolution! The Making of ‘Bonnie and Clyde die zeer waarschijnlijk op een Blu-ray uitgave staat. Ik zag de film op de BBC. Ik heb wel een leuke, wat oudere making of gevonden van de film, die je hieronder kan bekijken:

Once Upon a Time in America – 1001 Films

Nummer 52: Once Upon a Time in America – 1983 – R: Sergio Leone – Verenigde Staten

Naslagwerk: 1001 Films – blz 695

”Ik houd van de stank in de straten. Dat geeft me een goed gevoel. Heerlijk, zoals dat stinkt, daar gaan mijn longen helemaal van openstaan.” Noodles – Robert De Niro.

Ook voor dit magistrale epos had ik het geluk, deze op het grote witte doek te kunnen aanschouwen. In een gerestaureerde versie met verloren gewaande scènes die waren toegevoegd – dat was duidelijk te zien aan de kleur want die waren nog niet bewerkt – en in de meest lange versie (251 minuten) die er is, de zo geheten Extended Director’s Cut. De reguliere bioscoop versie duurt 229 minuten. In Amerika is ook nog eens een gecensureerde en ingekorte versie van 139 minuten verschenen waar regisseur Sergio Leone op zijn zachts gezegd niet blij mee was.

Na de westerns wilde Leone deze gangsterfilm maken, een project waar hij al tien mee bezig was en zelfs de kans om die andere gangsterfilm The Godfather te maken, voor liet schieten. Het decor voor deze film is de New Yorks Lower East Side waar een aantal Joodse gangsters elkaars pad in de loop der jaren kruisen. We volgen Noodles (Robert De Niro) en Max (James Woods) als twee tegenpolen. Hoewel het een echte gangsterfilm in een rustig tempo is, voelt het bij tijd en wijle ook als een western. Ook hier bedient hij zich van die specifieke dingetjes waar hij beroemd mee is geworden. En ook componist Ennio Morricone is weer van de partij. Het was zijn laatste film. Hij overleed in 1989 op zestigjarige leeftijd.

Ik heb deze film nu een aantal keer gezien. Deze versie in de bioscoop is de mooiste ervaring geweest. Verder heb ik hem natuurlijk in een mooie 2-disc editie en dit is zo’n film die je gewoon eens in de zoveel tijd weer even moet bekijken.

Je kunt een making van de film bekijken:

Once Upon a Time in the West – 1001 Films

Nummer 51: Once Upon a Time in the West – (1968) – R: Sergio Leone – Verenigde Staten

Naslagwerk: 1001 Films – blz 475

De Italiaanse regisseur Sergio Leone, die vooral bekend is van zijn spaghetti westerns, wilde eigenlijk geen klassieke westerns meer maken. Toch kwam deze meer politieke western er toch. Ik heb het geluk gehad deze een paar jaar geleden op het grote witte doek te mogen zien in het Eye Filmmuseum. Daarvoor had ik hem natuurlijk al gezien vanaf VHS, dvd en Blu-ray. Ik heb zelf een heel mooie dvd-uitgave met begeleidend boekje en heel veel extra’s. Er is natuurlijk ook heel veel te vertellen over deze film, getuige de vele uitgaven en materiaal dat te vinden is op You Tube.

In deze film draait het om wraak – geen onbekend thema in westerns – maar in deze film meer politiek georiënteerd. Harmonica (Charles Bronson) neemt wraak op de moordenaars van zijn zwager en helpt zijn schoonzus (Claudia Cardinale) – die er in deze film werkelijk prachtig uitziet – haar boerderij te behouden, die plaats moet maken voor een spoorlijn.

Beroemd zijn de close-up shots van de gezichten, de wide shots van het landschap, het camerawerk en de muziek. Het is een bijna een opera die drie uur duurt. Er zijn verschillende versie qua lengte in omloop maar de volledige versie (dus niet verknipt) is nooit vertoond en ik weet ook niet of die nog bestaat.

Leone heeft maar 9 films gemaakt. Waarvan bijna allemaal westers. The Good, The Bad and the Ugly komt ook in dit naslagwerk voor. Zijn laatste meesterwerk was Once Upon a Time in America ook, waarover ik later nog het een en ander zal vertellen. Maar deze western is ook een waar meesterwerk.

12 Angry Men – 1001 Films

Nummer 50: 12 Angry Men – (1957) – R: Sidney Lumet – Verenigde Staten

Naslagwerk: 1001 Films – blz 328

“We moesten in één ruimte zijn. Mooi om dramatisch uit te spelen.” Sidney Lumet, 1997

Dit is zo’n film die ik keer op keer kan zien. Een geweldig rechtbankdrama dat zich voornamelijk afspeelt in de jurykamer in de plaats van de rechtszaal. De titel zegt het al: twaalf mannen moeten uitmaken of een man schuldig is aan de moord op zijn vader. Er is echter een man, jurylid nummer 8 (Henry Fonda) die twijfelt en uiteindelijk, het te snel gevormde oordeel weet om te buigen naar gerede twijfel.

Dit was na vele live uitgezonden tv-drama’s de eerste lange speelfilm van regisseur Sidney Lumet. Het was Fonda zelf die Lumet als regisseur vroeg en hij wilde zelf de hoofdrol spelen. Dit is een beklemmend drama geworden – dat zich grotendeels in één ruimte afspeelt – dat dankzij een fantastische cast tot grote hoogte wordt gestuwd. Met nog altijd een 9 als oordeel op ImdB, een Gouden Beer op het filmfestival van Berlijn en nominaties voor de Oscars – echter deze gingen allemaal naar The Bridge Over the River Kwai – blijft dit een ijzersterke film.

Ik kan mij herinneren dat ik deze film een keer geselecteerd had voor de filmdag die we vroeger regelmatig organiseerden met de familie. Ik weet nog hoe men keek en tegensputterde toen ik ze vertelde dat het een zwart-wit film was uit 1957. Hoe anders was de reactie na de film. Bijna iedereen is na afloop onder de indruk van deze film. En dat zegt toch genoeg. Ik heb deze film op dvd maar weet dat er inmiddels een prachtige Criterion uitgave is. Die ga ik toch maar eens bestellen.

Fatal Attraction – 1001 Films

Nummer 49: Fatal Attraction – (1987) – R: Adrian Lyne – Verenigde Staten

Naslagwerk: 1001 Films – blz 747

Fatal Attraction is de thriller die elke man ongemakkelijk op zijn stoel liet zitten en wel meteen twee keer nadacht om vreemd te gaan. Ook deze film had ik natuurlijk al eerder gezien maar toen hij onlangs weer eens op tv was, kon ik het toch niet laten om hem weer eens te bekijken. En deze film blijft overeind. Mede door de regie van Lyne en het acteerwerk van Michael Douglas en Glenn Close.

De boodschap: je kan net de verkeerde treffen als je besluit vreemd te gaan. Natuurlijk wordt het in deze film wel tot het extreme doorgevoerd maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dergelijke situaties ook wel echt voorkomen. Het is bovenal vooral een heel spannende thriller, die zeker als je hem al een tijdje niet meer gezien hebt, nog steeds werkt.

NB: Na het schrijven van deze bespreking vond ik op You Tube een anderhalf durende documentaire over de film. Leuk weetje uit die docu is dat regisseur Brian de Palma eigenlijk de film zou gaan regisseren. Geen gekke keuze want de Palma werd door zijn films gezien als de nieuwe Alfred Hitchcock qua suspense. Denk aan Dressed to Kill en Body Double. Ze waren al best een eind op weg toen de Palma zijn bezwaren uitte bij de producenten van de film. Hij vond Michael Douglas niet sympathiek genoeg voor de film, lees het publiek. Omdat Douglas vanaf het begin bij de film betrokken was kozen de producenten ervoor om de Palma te laten gaan. Zo kwam Adrian Lyne op die plek terecht. Overigens was de Palma de eerste om de producenten zijn excuses aan te bieden omdat hij het toch verkeerd gezien had. Ik wist het niet en dat wilde ik toch nog even met jullie delen.

One Flew Over the Cuckoo’s Nest – 1001 Films

Nummer 48: One Flew Over the Cuckoo’s Nest – (1975) – R: Milos Forman – Verenigde Staten

Naslagwerk: 1001 Films – blz 592

“Wie van jullie gekken heeft lef in zijn donder?” Randle P. McMurphy (Jack Nicholson)

Ik had deze film natuurlijk al gezien maar nog niet op het grote witte doek. Alleen op VHS, DVD en Blu-ray. Toen ik zag dat deze film opnieuw te zien was in het Eye, in een prachtige gerestaureerde 4K-versie moest ik daar natuurlijk naar toe.

De film is gebaseerd op de bestseller van Ken Kesey waarin het verteld wordt vanuit het perspectief van Chief Bromden (in de film gespeeld door Will Sampson). In de film wordt het verhaal verteld vanuit het perspectief van Randle P. McMurphy (in de film gespeeld door Jack Nicholson). Welke visie interessanter is, is een andere discussie. Met deze film weten we niet beter en eerlijk gezegd moeten we daar blij om zijn; want wie kan deze rol beter spelen dan Jack Nicholson? Met zijn uitstraling, zijn chemie, zijn onweerstaanbare lach en spel wint hij meteen iedereen om zijn vinger. En terecht. De gespannen relatie tussen hem en zuster Ratched (Louise Fletcher) is waar het om draait. Met zijn vrije geest zet hij alle patiënten tegen haar op. Ook leuk om te zien zijn alle piepjonge acteurs: Brad Dourif en Christopher Lloyd maakten hun debuut maar we zien ook een jonge Danny DeVito met pikzwart haar.

Het verhaal eromheen mag bekend zijn: Kirk Douglas had de rechten op het boek en maakte er een toneelstuk van waar hij zelf in meespeelde. Dat liep ongeveer een half jaar en was geen groot succes. Hij stuurde het boek naar regisseur Milos Forman om het te verfilmen, maar het kwam nooit aan. Tien jaar later was het zijn zoon Michael die als producent samen met de producent van Milos Forman, Saul Zaentz probeerden om het boek te verfilmen. En de rest is geschiedenis.

Wat me opvalt is dat deze film me nog steeds weet raken. Het verhaal, het spel, de interactie. Het is en blijft een diep menselijk verhaal met zoveel lagen. Het laat je lachen en het laat je ontroeren. Met name het einde; ik weet dat het komt en toch ben ik er nog steeds van onder de indruk maar ook van slag. Nicholson is echt geweldig in deze film maar de hele cast mag er wezen. Met name voor de rol van zuster Ratched lieten velen actrices het afweten. Juist omdat ze bang waren dat zo onsympathiek karakter, hun verdere carrière zou schaden. Fletcher durfde het aan. Ik zou juist denken als acteur: dit is een kans die je niet mag laten schieten; je wilt toch juist alles kunnen en willen spelen.

Afijn, over de zuster gesproken: daar is later nog een serie over gemaakt. Ratched met 8 afleveringen en te zien op Netflix. Op dit moment is er sprake van dat er serie komt van One Flew Over the Cuckoo’s Nest maar dan vanuit het perspectief vanuit Chief Bromden. Naar verluidt heeft Kesey de film nooit gezien omdat het perspectief anders was dan in zijn boek. We gaan zien of de serie er gaat komen. Kesey zal het niet meer weten; hij overleed in 2001 maar de erven hebben zich over het materiaal ontfermt.

Peeping Tom – 1001 Films / Powell & Pressburger

Nummer 47: Peeping Tom – (1960) – R: Michael Powell – Engeland

Naslagwerk: 1001 Films – blz 377

“Wat ik mijn camera vastleg, raak ik altijd kwijt.” Mark Lewis (Karlheinz Böhm)

Toen deze film van regisseur Michael Powell in 1960 uitkwam, werd hij door de critici neergesabeld en het publiek vond de film walgelijk en pervers. Het deed de loopbaan van Powell geen goed. Hij had gelukkig al een florissant cv opgebouwd met Pressburger en mensen konden maar moeilijk geloven dat hij zich nu inliet met zo’n verontrustend verhaal.

In Peeping Tom is Mark Lewis (Karlheinz Böhm) iemand die in de filmindustrie werkt en altijd met zijn camera op pad is. Hij maakt voor de plaatselijke kiosk erotische foto’s en benaderd vrouwen om ze op film vast te leggen. Aan zijn camera zit een mes waarmee hij de vrouwen doodt en hij hun doodsangst vastlegt. Hoe hij zo is geworden laat Powell zien in fragmenten met zijn vader. Powell speelt kort de vader van Mark in familiebeelden die we te zien krijgen. Als hij gevoelens krijgt voor zijn onderbuurvrouw moet hij proberen zijn driften onder controle te krijgen.

Anno 2025 voelt deze film helemaal niet schokkend of pervers meer. Het is eerder een interessante karakterstudie van een jongeman die zo geworden is. Het geweld zie je nauwelijks en is niet expliciet. Je zou kunnen zeggen dat de tijdsgeest nog niet klaar was voor zo’n verhaal. Wat je wel ziet is de hand van de meester want hoewel misschien een tikkeltje verouderd, is dit een film die loopt als een trein. De kleuren zijn prachtig, Böhm speelt zijn rol heel ambigue. Deze Duitse acteur was de zoon van de beroemde componist Karl Böhm. Deze film kwam net uit vóór Psycho van Alfred Hitchcock, die gek genoeg wel werd gewaardeerd door het publiek en waar in de beroemde douche scène veel explicieter geweld in voorkomt. Maar bij Hitchcock verwacht het publiek het en bij Powell niet.

In het Eye wordt de 4K-restauratie vertoond die met steun van wederom regisseur Martin Scorsese werd gefinancierd. Ik ben blij dat ik deze mooie versie in het Eye kon zien en dat ik weer een film kan toevoegen aan het retrospectief van Powell en Pressburger.

Some Like It Hot – 1001 Films / Billy Wilder Retrospectief

Nummer 46: Some Like It Hot – (1959) – R: Billy Wilder – Verenigde Staten

Naslagwerk: 1001 Films – blz 348

Kijk toch eens! Kijk hoe ze beweegt! Als gelatinepudding op springveren.” Jerry (Jack Lemmon.

De film is ten tijde van dit schrijven 66 jaar oud en toch voelt deze film, zoals zoveel films van Wilder tijdloos. Deze film stond al een tijdje op mijn ‘wensenlijstje’ om te kijken en deze komedie waarin Tony Curtis en Jack Lemmon rond paraderen als twee verklede vrouwen om zo uit handen van de maffia te blijven, is nog altijd een steengoede komedie.

Nadat Wilder had gezworen nooit meer voor Paramount (studio) te werken na onenigheid over geld en bemoeienissen na zijn film Stalag 17, maakte hij deze film onafhankelijk van een grote studio. Het werd Ashton Productions en The Mirisch Corporation en de distributie liep via United Artists. Het was echter geen makkelijke productie. In de jaren 50 was ‘drag’ geen geaccepteerd iets in de VS. Curtis en Lemmon waren al grote acteurs maar nog niet echt doorgebroken bij het grote publiek. Het aannemen van deze rol zou een aanzienlijk risico voor het verdere verloop van hun carrière kunnen betekenen.

Om toch een grote, bekende naam aan te trekken voor de productie koos Wilder uiteindelijk voor Marilyn Monroe, met wie hij eerder had samengewerkt aan de film The Seven Year Itch. Het was echter een moeizame samenwerking geweest. Dat bleek deze productie helaas ook weer. Monroe was echt een groot talent maar ook heel onzeker en het duurde soms uren voor ze de set opging. Daarnaast had ze ook veel persoonlijke en mentale problemen. Toch is het succes van deze film volledig te danken aan regisseur Wilder, en acteurs Curtis, Lemmon en Monroe.

Het zal voor sommige mensen misschien een verrassing zijn maar de film kwam oorspronkelijk in zwart-wit uit en dat is ook de versie die ik gezien heb. Er bestaat echter ook een kleuren-versie van. Wilder koos bewust voor zwart-wit vanwege de make-up van Curtis en Lemmon. Aangezien de film zo leuk is, zal ik de kleurenversie ook nog wel eens bekijken.

Curtis en Lemmon zijn geweldig als de twee verklede vrouwen maar het is toch Lemmon die de show steelt. Zijn gevoel voor humor en zijn ongeëvenaarde timing maken dat de film anno 2025 nog steeds te genieten is. Dat hij een groot komiek was, bewees hij in de jaren daarna nog veelvuldig met Wilder samen.

Some Like it Hot is door het American Film Institute uitgeroepen tot Beste Komedie ooit. Dat is misschien een tikkeltje overdreven maar deze film kon mij zeker bekoren en voor een film die inmiddels zo oud is, is dat heel knap.

Great Expectations – 1001 Films

Nummer 45: Great Expectations – (1946) – R: David Lean – Engeland

Naslagwerk: 1001 Films – blz 216

Dit verhaal van Charles Dickens is een van de meest bewerkte en verfilmde romans van hem. Gek genoeg kende ik dit verhaal niet terwijl ik Oliver Twist wel ken. Deze versie van regisseur David Lean wordt gezien als de beste verfilming en die het meest trouw aan verhaal is gebleven. Later zou hij ook het verhaal van Oliver Twist verfilmen.

In het kort draait het om de jongen Pip (John Mills) die nadat hij een gevangene geholpen heeft, opgroeit bij Miss Havisham (Martita Hunt) en daar de jonge knappe Estella (Jean Simmons) ontmoet en verliefd op haar wordt. Door een geheimzinnige weldoener krijgt Pip de kans om naar Londen te gaan en leeft daar als een heer van stand. De verwachting is dat hij met Estella zal trouwen maar dat loopt allemaal net even anders.

Ik ben eerlijk gezegd niet zo onder de indruk van deze film. En dat ligt niet aan de geweldige regisseur David Lean – die hierna nog vele prachtige films zou maken – en ook niet aan de cast. Het camerawerk voor die tijd was prachtig en werd daarmee de eerste Britse film die een Oscar kreeg voor het camerawerk. Het ligt misschien aan het verhaal zelf of het script, maar ik werd er niet zo in meegenomen. Maar goed, dat is mijn persoonlijke ervaring met deze film natuurlijk. De film heeft nog steeds een hoge score op ImdB en wordt in Engeland nog steeds gezien als een van de beste Engelse film die er gemaakt zijn.

Meet Me in St.Louis – 1001 Films

Nummer 44: Meet Me in St.Louis – (1944) – R: Vincente Minnelli – Verenigde Staten

Naslagwerk: 1001 Films – blz 192

Meet Me in St.Louis is een musical en drama ineen. Deze door Vincente Minnelli geregisseerde film is een film over een gezin. Vader en moeder en veel dochters en een zoon. De verhaallijnen liggen vooral op de dochters en de vader en moeder. Aan de hand van vier seizoenen zien we zo wel de dagelijkse beslommeringen als wel de lastige vraagstukken waar het gezin mee te maken krijgt.

Judy Garland is de grootste naam van deze film, die al in 1939 furore had gemaakt met The Wizard of Oz. Een jaar na deze film trouwde ze met regisseur Minnelli en in 1946 werd hun dochter Liza Minnelli geboren. Garland had een roerig leven en overleed op 47-jarige leeftijd in 1969.

Ook deze film zit vol prachtige liedjes waaronder een heel bekend kerstliedje. Het in Technicolor geschoten drama ziet er nog steeds prachtig uit. Voor mijn gevoel ligt de film dichter bij drama dan musical. Er wordt overigens door iedereen goed gezongen. De jonge Margaret O’Brien die de rol van Tootie speelt, kreeg een speciale jeugd-Oscar. Deze actrice leeft op het moment van schrijven nog en is inmiddels 88 jaar. Er waren Oscar nominaties voor het scenario, camerawerk en muziek. In 1959 is er in de vorm van een tv-film nog een remake van gemaakt.

Ook dit vond ik een fijne film. Ik zag een uitstekende versie op de BBC. Regisseur Vincente Minnelli staat met nog vier andere films in deze lijst dus die zullen later nog wel voorbij komen.