The Lodger: A Story of the London Fog – 1927 – Alfred Hitchcock in Perspectief

De tweede film van Hitchcock die ik heb bekeken is The Lodger: A Story of the London Fog (zoals de volledige titel luidt) uit 1927. Deze film is al weer een hele stap voorwaarts vergeleken met The Pleasure Garden van 2 jaar eerder. Deze film die losjes gebaseerd is op Jack the Ripper is een mooi geschoten en boeiend verhaal. Je ziet duidelijk meer verhaal, meer een lijn en spanning en suspense dan in zijn voorganger(s).

In het kort: Er worden moorden gepleegd op blondines in hartje Londen. Tegelijkertijd verhuurt de familie Bunting een kamer aan een vreemdeling. De vreemdeling wordt gespeeld door Ivor Novello. De familie heeft een blonde dochter (June Tripp) die wel eens het volgende slachtoffer zou kunnen worden.

Op YouTube vond ik een gerestaureerde versie van deze film die merkwaardig genoeg ook twee vocale nummers in de soundtrack heeft. Wonderwel past dit heel goed bij de film maar het is wel een vreemde gewaarwording in een stomme film.

Vakgenoten van Hitchcock verguisde de film nog voor zijn oorspronkelijke release. Producent Michael Balcon, die eerder met Hitchcock had samengewerkt, redde de film door het aantal titelkaarten te verlagen van 300 naar 80 en door sommige scènes in te korten. Het oorspronkelijke verhaal en idee van Hitchcock bleef verder in tact.

Verder gebruikte Hitchcock een voor die tijd nogal knap effect: in een paar seconden veranderd het plafond waarvandaan de voetstappen komen (van de huurder) in een doorzichtig plafond, waardoor je hem daadwerkelijk ziet lopen. Anno 1927 was dit heel bijzonder en knap gedaan.

De film viel na zijn release in de smaak bij het grote publiek en zette Hitchcock (tot ergernis van sommige van zijn vakgenoten) nog meer in de spotlights als het grote talent.

Er zijn vele versies in omloop. Van heel slecht tot uitmuntend in kwaliteit. De beste versie is natuurlijk de Criterion versie. Maar de versie die ik op YouTube zag is ook van een uitstekende kwaliteit. Je kan hem hieronder bekijken.

The Pleasure Garden – 1925 – Alfred Hitchcock in Perspectief

Je moet niet vergeten dat Alfred werd geboren in 1899 en dat zijn carrière begon in de stomme film. The Pleasure Garden is het debuut van Hitchcock en daarom gezien als de eerste, echte officiële film van hem. De film is vrij te bekijken op YouTube en moet je vooral bekijken en inschatten op zijn historische waarde.

Het is een stomme film van nog net geen 60 minuten en gaat over twee danseresjes die lijnrecht tegenover elkaar komen te staan als het ene danseresje een foute man kiest. De hoofdrollen worden gespeeld door VirginiaValli en Carmelita Geraghty. Op dat moment al grote sterren van de stomme film en ze stelden zich ook niet heel bescheiden op – wat Hitchcock ook al de nodige stress opleverde. Verder kampte de film met financiële problemen.

In de biografie staat te lezen: ”dat de film voor die tijd knap en vindingrijk was, met camerastandpunten en montagetechnieken die door sommigen in Engeland nog als experimenteel of innovatief werden beschouwd”.

Verder is het leuk om te zien dat enkele van Hitchcock’s zo kenmerkende handelsmerken (een mix van humor en spanning) maar ook de knipoog, de ironie van de homoseksuele man; in deze film al is waar te nemen.

Bonnie and Clyde – 1001 Films

Nummer 53: Bonnie and Clyde – 1967 – R: Arthur Penn – Verenigde Staten

Naslagwerk 1001 Films – blz 473

“Dit hier is Miss Bonnie Parker. Ik ben Clyde Barrow. Wij beroven banken.” – Clyde Barrow (Warren Beatty)

Regisseur Arthur Penn wilde een Amerikaanse misdaadfilm maken in de stijl van de Franse nouvelle vague, zo staat te lezen in dit naslagwerk. Deze film uit 1967 die door de minder streng geworden censuurregels meer seks en geweld kon laten zien, verteld het verhaal van Bonnie Parker en Clyde Barrow in de jaren 30 van Amerika tijdens de Grote Depressie. Het iconische bankrovers stel spreekt veel mensen tot de verbeelding en dat leidde tot deze film en latere films, series, boeken en muziek. Een van de laatste films, The Highwaymen met Kevin Costner, vertelt het verhaal vanuit het perspectief vanuit de FBI agenten die jacht op hen maakten.

Ik had deze film nog niet eerder gezien en ik moet zeggen dat het tijdsbeeld: de jaren 30 in het diepe zuiden goed is weergegeven. Tegelijkertijd voelt het wel echt aan als een jaren 60 film. Warren Beatty en Faye Dunaway spelen fantastisch, al zit het soms wel net op het randje van overacteren. Bijrollen zijn er van Gene Hackman, als Buck de broer van Clyde. Michael J. Pollard als een lid van de Barrow Gang. Estelle Parsons als Blanche, de vrouw van Buck en Gene Wilder in een klein en beetje vreemde rol.

Beatty is overigens op het moment van schrijven – 2026 red. – 89 jaar en Dunaway 85 jaar. Estelle Parsons leeft nog en is momenteel 98. De echte Blanche Barrow klaagde dat Estelle haar neerzette als een schreeuwende paardenkont. Ik snap het wel een beetje want ze speelt de rol behoorlijk hysterisch.

Qua seks valt het reuze mee in deze film maar misschien gezien het tijdsbeeld wel, maar het geweld daarentegen is behoorlijk expliciet. De westerns uit het begin van de jaren 60 vertoonden wel geweld maar niet zo als in Bonnie and Clyde. Met name de laatste scène – de beroemd geworden hinderlaag waarin ze doorzeefd worden met honderden kogels – is zelfs nu nog redelijk schokkend.

Wat ik ook niet wist was dat Bonnie and Clyde dus eigenlijk een bende was – die onder andere bestond uit Buck en Blanche – en dat ze niet zo zeer banken beroofden maar meer kleine supermarkten en benzinestations. De bende had inmiddels wel negen dode agenten op hun geweten en dat was ook de reden dat de FBI, ze hoe dan ook wilden stoppen.

Over het algemeen is het een goede film. Mooi tijdsbeeld, mooi camerawerk geschoten in Technicolor en goed spel. Wel zitten er een paar vreemde scènes in, die niet echt in de film lijken te passen. Die met Gene Wilder bijvoorbeeld. Volgens dit naslagwerk baande het de weg voor meesterwerken uit de jaren 70, zoals Francis Ford Coppola’s The Godfather, dat een serieus eerbetoon was aan deze film.

Er bestaat een mooie documentaire over de film: Revolution! The Making of ‘Bonnie and Clyde die zeer waarschijnlijk op een Blu-ray uitgave staat. Ik zag de film op de BBC. Ik heb wel een leuke, wat oudere making of gevonden van de film, die je hieronder kan bekijken:

Once Upon a Time in America – 1001 Films

Nummer 52: Once Upon a Time in America – 1983 – R: Sergio Leone – Verenigde Staten

Naslagwerk: 1001 Films – blz 695

”Ik houd van de stank in de straten. Dat geeft me een goed gevoel. Heerlijk, zoals dat stinkt, daar gaan mijn longen helemaal van openstaan.” Noodles – Robert De Niro.

Ook voor dit magistrale epos had ik het geluk, deze op het grote witte doek te kunnen aanschouwen. In een gerestaureerde versie met verloren gewaande scènes die waren toegevoegd – dat was duidelijk te zien aan de kleur want die waren nog niet bewerkt – en in de meest lange versie (251 minuten) die er is, de zo geheten Extended Director’s Cut. De reguliere bioscoop versie duurt 229 minuten. In Amerika is ook nog eens een gecensureerde en ingekorte versie van 139 minuten verschenen waar regisseur Sergio Leone op zijn zachts gezegd niet blij mee was.

Na de westerns wilde Leone deze gangsterfilm maken, een project waar hij al tien mee bezig was en zelfs de kans om die andere gangsterfilm The Godfather te maken, voor liet schieten. Het decor voor deze film is de New Yorks Lower East Side waar een aantal Joodse gangsters elkaars pad in de loop der jaren kruisen. We volgen Noodles (Robert De Niro) en Max (James Woods) als twee tegenpolen. Hoewel het een echte gangsterfilm in een rustig tempo is, voelt het bij tijd en wijle ook als een western. Ook hier bedient hij zich van die specifieke dingetjes waar hij beroemd mee is geworden. En ook componist Ennio Morricone is weer van de partij. Het was zijn laatste film. Hij overleed in 1989 op zestigjarige leeftijd.

Ik heb deze film nu een aantal keer gezien. Deze versie in de bioscoop is de mooiste ervaring geweest. Verder heb ik hem natuurlijk in een mooie 2-disc editie en dit is zo’n film die je gewoon eens in de zoveel tijd weer even moet bekijken.

Je kunt een making van de film bekijken:

A Bridge Too Far – 1977 – R: Richard Attenborough – Filmklassiekers

Ik was in de veronderstelling  dat A Bridge Too Far, net als die andere ‘bruggenfilm’ The Bridge over the River Kwai ook in het 1001 Films naslagwerk zou staan maar dat is dus niet het geval.

Deze door Richard Attenborough, geregisseerde film vertelt de vrij accurate vertelling van de grotendeels mislukte operatie van de geallieerden om negen bruggen rondom Arnhem te bezetten en die te gebruiken om door te stoten naar Duitsland om een einde aan te oorlog te maken. Dit gebeurde in september 1944 en de bedoeling was om Nederland voor de Kerst te bevrijden. Daar dit niet lukte ontstond voor een groot deel van Nederland de hongerwinter.

Het is een groots opgezette film met veel spectaculaire beelden die ook voor een groot deel in Nederland is opgenomen. Voor de beelden in Arnhem werd uitgeweken naar Deventer en Nijmegen. Ook werden er opnamen gemaakt in Engeland. De film heeft een sterrencast waar je u tegen zegt. Je zou je ook af kunnen vragen: wie zit er niet in? Met zoveel bekende acteurs – ik noem een Michael Caine, Sean Connery, Ryan O’Neal, Gene Hackman, Dirk Bogarde, Anthony Hopkins, James Caan en ga zo maar door – doet het voor mij wel een beetje afbreuk aan de authenticiteit van de film. Iets minder bekende koppen had de film zeker goed gedaan.

Pluspunt is wel dat er ook Nederlands door Nederlandse acteurs en Duits door Duitse acteurs wordt gesproken. Met drie uur is de film wel aan de lange kant en daarvoor is hij niet meeslepend of boeiend genoeg om de volle speelduur te rechtvaardigen. Met een budget van 25 miljoen dollar, waarvan er totaal 9 naar de acteurs ging, is hij wel goed gemaakt. Tegenwoordig pakt een A-acteur al bijna 20 miljoen dollar in zijn eentje. Tijden veranderen, zullen we maar zeggen.

Vanwege het verhaal en de historische context is dit wel een film die je gezien moet hebben.

Voor wie het leuk vindt, je kan hier kijken naar een Engelse making of van de film. Het is wel groezelig beeld in 4:3 formaat maar wel interessant:

Kill Bill: The Whole Bloody Affair – 2004 – Bioscoop – (FilmVandaag recensie)

Terwijl we wachten op de tiende en laatste film – naar eigen zeggen – van regisseur Quentin Tarantino, is het maar goed dat we kunnen terugvallen op zijn kleine maar fijne oeuvre. Een van de films is Kill Bill. Tarantino heeft dat altijd als één film gezien. De productie en distributie werd destijds door het onafhankelijke Miramax gedaan. Toch durfde ze het niet aan de visie die Tarantino voor ogen had, namelijk een film met een speelduur van vier uur uit te brengen. De film werd opgedeeld in part 1 en part 2 en vond zo zijn weg in de bioscopen. Die films waren alsnog succesvol. Vorig jaar ging in Amerika deze vier en half uur durende versie uit en is vanaf mei 2026 in Nederland te zien.

verder lezen

Sukkwan Island – 2025 – Bioscoop

Een vader neemt zijn zoon een jaar lang op sleeptouw in de ruige natuur van Alaska. Na de scheiding van zijn vrouw, wil hij de band met zijn zoon versterken. Wat idyllisch begint eindigt in een toxische relatie die de band juist verzwakt in plaat van versterkt.

Gebaseerd op de novelle van de Franse schrijver David Vann zien we Tom (Swann Arlaud), de vader en zijn dertien jarige zoon Roy (Woody Norman) samen op trekken. De prachtige natuur van Alaska wordt mooi in beeld gebracht door Amin Berrada. De sferische beelden worden versterkt door de score van Florent Chronie-De Maria en Jeremy Villecourt. De uitdagingen zijn groot: de weersomstandigheden, de voedselvoorraden, een beer die rond de hut rondzwerft. Het zet de verhoudingen op scherp en het contrast tussen de vader – die de scheiding niet kan verwerken en zijn eigen kwetsbaarheid inzet om zijn zoon bij zich te houden – en de zoon wordt steeds duidelijker. Het lijkt zelfs wel of op een gegeven moment de rollen zelfs omdraaien.

Die rollen worden goed en indringend gespeeld door Arlaud – die bekend werd voor het grote publiek met zijn rol in de film Anatomy of a Fall en Norman, die al enorme indruk maakte in de film C’mon C’mon samen met Joaquin Phoenix. De regie is in handen van Vladimir de Fontenay, die slechts wat korte films en twee speelfilms op zijn naam heeft staan.

De uiterst sfeervolle film met uitstekende acteurs wordt helaas teniet gedaan door het vreemde einde. Ik heb begrepen dat het einde precies zo in de novelle zit – waar het wellicht wel goed tot zijn recht komt – maar wat op film niet werkt. Het is een scène die niet op zijn plaats lijkt en het verhaal eerder onderuit haalt dan versterkt. Omdat ik het boek zelf niet gelezen heb – het is overigens alleen in de Franse taal beschikbaar – kan ik niet oordelen of het wel in het boek werkt maar een zoektocht op internet leert me dat dat wel zo is. Het echte einde is op zich wel sterk en verrassend en daardoor lijkt het – zonder iets te verklappen – dat de scène ervoor anders moet interpreteren dan dat je het daadwerkelijk ziet.

Sukkwan Island is vanaf 21 mei 2026 te zien in de bioscoop

Once Upon a Time in the West – 1001 Films

Nummer 51: Once Upon a Time in the West – (1968) – R: Sergio Leone – Verenigde Staten

Naslagwerk: 1001 Films – blz 475

De Italiaanse regisseur Sergio Leone, die vooral bekend is van zijn spaghetti westerns, wilde eigenlijk geen klassieke westerns meer maken. Toch kwam deze meer politieke western er toch. Ik heb het geluk gehad deze een paar jaar geleden op het grote witte doek te mogen zien in het Eye Filmmuseum. Daarvoor had ik hem natuurlijk al gezien vanaf VHS, dvd en Blu-ray. Ik heb zelf een heel mooie dvd-uitgave met begeleidend boekje en heel veel extra’s. Er is natuurlijk ook heel veel te vertellen over deze film, getuige de vele uitgaven en materiaal dat te vinden is op You Tube.

In deze film draait het om wraak – geen onbekend thema in westerns – maar in deze film meer politiek georiënteerd. Harmonica (Charles Bronson) neemt wraak op de moordenaars van zijn zwager en helpt zijn schoonzus (Claudia Cardinale) – die er in deze film werkelijk prachtig uitziet – haar boerderij te behouden, die plaats moet maken voor een spoorlijn.

Beroemd zijn de close-up shots van de gezichten, de wide shots van het landschap, het camerawerk en de muziek. Het is een bijna een opera die drie uur duurt. Er zijn verschillende versie qua lengte in omloop maar de volledige versie (dus niet verknipt) is nooit vertoond en ik weet ook niet of die nog bestaat.

Leone heeft maar 9 films gemaakt. Waarvan bijna allemaal westers. The Good, The Bad and the Ugly komt ook in dit naslagwerk voor. Zijn laatste meesterwerk was Once Upon a Time in America ook, waarover ik later nog het een en ander zal vertellen. Maar deze western is ook een waar meesterwerk.

12 Angry Men – 1001 Films

Nummer 50: 12 Angry Men – (1957) – R: Sidney Lumet – Verenigde Staten

Naslagwerk: 1001 Films – blz 328

“We moesten in één ruimte zijn. Mooi om dramatisch uit te spelen.” Sidney Lumet, 1997

Dit is zo’n film die ik keer op keer kan zien. Een geweldig rechtbankdrama dat zich voornamelijk afspeelt in de jurykamer in de plaats van de rechtszaal. De titel zegt het al: twaalf mannen moeten uitmaken of een man schuldig is aan de moord op zijn vader. Er is echter een man, jurylid nummer 8 (Henry Fonda) die twijfelt en uiteindelijk, het te snel gevormde oordeel weet om te buigen naar gerede twijfel.

Dit was na vele live uitgezonden tv-drama’s de eerste lange speelfilm van regisseur Sidney Lumet. Het was Fonda zelf die Lumet als regisseur vroeg en hij wilde zelf de hoofdrol spelen. Dit is een beklemmend drama geworden – dat zich grotendeels in één ruimte afspeelt – dat dankzij een fantastische cast tot grote hoogte wordt gestuwd. Met nog altijd een 9 als oordeel op ImdB, een Gouden Beer op het filmfestival van Berlijn en nominaties voor de Oscars – echter deze gingen allemaal naar The Bridge Over the River Kwai – blijft dit een ijzersterke film.

Ik kan mij herinneren dat ik deze film een keer geselecteerd had voor de filmdag die we vroeger regelmatig organiseerden met de familie. Ik weet nog hoe men keek en tegensputterde toen ik ze vertelde dat het een zwart-wit film was uit 1957. Hoe anders was de reactie na de film. Bijna iedereen is na afloop onder de indruk van deze film. En dat zegt toch genoeg. Ik heb deze film op dvd maar weet dat er inmiddels een prachtige Criterion uitgave is. Die ga ik toch maar eens bestellen.

Het meisje met het rode haar – 1981 – Bioscoop – 4K restauratie

Na 45 jaar is het verloren gewaande originele negatief van deze Nederlandse film teruggevonden in een loods in Nederland. Regisseur Ben Verbong had ergens, altijd geweten dat het negatief nog ergens moest zijn. Samen met de cameraman van destijds Theo van de Sande en Storm (een post productie-bedrijf onder leiding van Jack Kuipers) werd het digitaal ingescand en omgezet naar 4K wat resulteert in beter beeld en geluid.

De grauwe kleuren zijn gebleven maar de enkele kleuren die te zien zijn, onder andere het rode haar van Hannie Schaft (Soutendijk) en bepaalde kleding zijn nog scherper en beter te zien. Alle oneffenheden konden door de digitale scan worden weggepoetst en zelf details – denk aan figuranten – zijn nu weer scherp te zien. Die waren in de originele filmrol nagenoeg onzichtbaar – niet scherp – geworden.

Ik heb de film natuurlijk gezien maar nooit op het witte doek. Toen ik hoorde van deze restauratie moest ik deze natuurlijk zien. En dat is op technisch vlak gezien meer dan de moeite waard. Het beeld is prachtig, het geluid haarscherp en de grauwe, grijze kleuren – het is nog net geen zwart wit – contrasteren prachtig met de enkele kleuren die wel te zien zijn.

Het meisje met het rode haar gaat over de verzetsheld Hannie Schaft – die echt bestaan heeft – en hoe zij haar rechtenstudie opgeeft om het verzet in te gaan. Zij kan onrecht niet verdragen. Ze begint eerst met administratieve zaken voordat zij overgaat tot echte actie. Om haar plek te vinden in een door mannen bezet bolwerk zien we continue haar strijd en angst. Dit wordt prachtig gespeeld door Renée Soutendijk. Als haar vriend Hugo (Peter Tuinman) om het leven komt, verandert ze langzaamaan in een kille wraakengel.

De film focus zich op de executies van collaborateurs – van de voorbereiding tot aan het moment zelf – en op het (dappere) leven van Schaft zelf. Ze wordt sober gespeeld en geportretteerd wat ook recht doet aan Schaft zelf. In de bijrollen zien we naast Soutendijk en Tuinman ook een jonge Huub Stapel, Loes Luca, Johan Leysen en Lou Landré.

Het is absoluut de moeite waard om deze versie in de bioscoop te gaan bekijken. Ik juich de restauraties van oude en nieuwe films toe. Met name de 4K-versies die nu veel in de bioscoop verschijnen. Gelukkig gebeurd dat wereldwijd nog volop – in Amerika zet vooral regisseur Martin Scorsese zich hier voor in – en in Nederland hebben we het Eye Filmmuseum die al deze releases mogelijk maken. Daarom moet we zuinig blijven op het Eye – wat nu even in zwaar weer verkeert – maar zich gelukkig blijft inzetten voor filmbehoud.

Bekijk de trailer om zelf te zien hoe scherp en mooi de film eruit ziet:

Ik vond nog een leuke en korte achter de schermen item van Nederlands bekendste film columnist/recensent Simon van Collem. Beelden uit 1981.