Interview regisseur Roel Reiné

Focus op Film sprak via Zoom met de sympathieke Nederlandse regisseur Roel Reiné (1969). In 2005 verhuisde hij naar Los Angeles (USA) om daar te gaan wonen en werken. In Nederland won hij nog een Gouden Kalf met de film The Delivery. Toch bleef Hollywood lonken en sindsdien heeft Roel een imposante lijst van films op zijn cv staan en is hij nog altijd even druk met regisseren, schrijven en produceren.

We spraken Roel over de huidige filmindustrie die tot stilstand is gekomen, over zijn laatste en nieuwe projecten. En geeft hij en passant ook nog wat scoops weg.

F: Hoe is het om in deze tijd waarin de filmindustrie volledig tot stilstand is gekomen, om niet te werken. Om niet te regisseren en niet te filmen?

R: “Ik vind het eigenlijk wel even fijn. Ik heb zoveel gewerkt de afgelopen jaren. Ik was dag en nacht aan het werk. Twee dagen voordat de reisrestricties begonnen kwam ik terug in L.A. Ik kwam net terug van een lange shoot en toen begon de lockdown. Ik heb gewoon geluk gehad. In de lockdown van de afgelopen twee maanden heb ik op afstand gemonteerd. Aan het werk maar dan vanaf huis. Dat ging prima. Het is alleen heel erg om te zien wat er allemaal gebeurt. Zeker in dit land. Want dan merk je dat je in een derdewereldland leeft waar gewoon de pleuris uitbreekt als zoiets gebeurd. Het land is hier niet klaar voor.”

F: Dat laatste project haalde je al even aan. Dat is de sf-serie Halo waar je twee afleveringen van hebt geregisseerd. Heb je dat af kunnen maken?

R: “Officieel was ik klaar met mijn shoot. Ik moest alleen nog in mei terugkomen om nog een paar dagen zomerscènes te draaien. Die zijn voorlopig uitgesteld. Ik weet niet wanneer dit nu gebeurt. Eigenlijk zou ik nu in mei in pre-productie gaan voor een grote speelfilm voor Netflix in Thailand. Dat zou ik in juni en juli gaan draaien. Die is nu ook een paar maanden uitgesteld.”

F: Een van de andere projecten die je onlangs hebt gedaan is de historische serie Washington voor History Channel. Hoe ben je bij dit project betrokken geraakt?

R: “Ik had Knightfall gedaan voor History Channel. Een serie over de Knight Templar. Ze waren daar zo onder de indruk van mijn afleveringen. Die scoorden best goed. Ze hadden één van de afleveringen ingestuurd voor de Emmy’s. Daarna had ik een meeting met hen en vroegen ze mij hoe het eigenlijk kan dat films als Michiel de Ruyter en Redbad er zo goed uitzien. Wat mijn geheim was. Ik heb ze verteld hoe ik historische dingen doe. Toen hebben ze mij aan Washington gepitcht wat eigenlijk een ‘cinema-doc’ is. Half drama en half documentaire. Ook met interviews. Ze vroegen of ik daar interesse in had en ik zei: ja absoluut! Ik vind de Amerikaanse geschiedenis fantastisch en toen ik het las en zag wat ze er mee wilden doen, wilde ik het ook wel doen. Ik wilde het alleen wel op een andere manier maken dan hoe zij het normaal gesproken doen. Ze hebben me toen enorm de vrije hand gegeven. Ik mocht het op mijn manier gaan maken. Op de manier waarop ik drama maak. Een andere regisseur deed het documentaire gedeelte. Dat ging heel erg goed en die afleveringen zijn goed bekeken en waren een groot succes. Het was fantastisch om te doen omdat je heel belangrijke momenten uit de Amerikaanse geschiedenis verfilmd en je aan een groot publiek mag uitleggen hoe het zat en wie die man was. Dat was echt fascinerend. En het was zo’n succes dat ze me nu een soort van carte blanche hebben gegeven in wat ik maar wil. Ik ben nu de nummer een, de meest favoriete regisseur voor History Channel. Ik ben nu heel veel geschiedenis aan het lezen en het volgende wat ik waarschijnlijk voor ze gaan doen is een ‘cinema-doc’ over president Lincoln.”

F: De serie gaat over George Washington, de eerste president van de Verenigde Staten van Amerika. Wist je zelf veel over deze president of moest je echt de geschiedenisboeken induiken?

R: “Ik moest me wel behoorlijk in de details gaan verdiepen. Ik ken de Amerikaanse geschiedenis wel een beetje maar ik moest behoorlijk researchen. En dat heb ik gedaan. Dat was heel leerzaam en daar heb ik heel veel uit gehaald wat ik in de afleveringen kon gebruiken.”

F: Voor de serie Washington heb je ook samengewerkt met de Nederlandse cameraman Rolf Dekens. Hoe is het om met hem te werken?

R: “Ik ken Rolf al een tijdje. Hij heeft een paar jaar geleden contact met mij opgenomen om me te vertellen dat hij het zo stoer vond wat ik deed en vroeg of hij een keer op de set kon meelopen. Hij is toen naar Thailand gekomen tijdens de film The Man with the Iron Fists 2. Hij heeft daar de camera bediend en was op de set aanwezig. Dat beviel zo goed dat ik hem bij verschillende films heb uitgenodigd. Zo was hij ook bij Michiel de Ruyter een van de cameramannen. We hebben een aantal films samen als D.P (Director of Photography) gedaan. Dat werkt goed. Rolf is meer van het licht en ik meer van de lenzen en de camerastandpunten. Die jongen heeft een enorme energie die erg lijkt op mijn energie. Ik vraag hem veel maar hij heeft zoveel werk dat hij meestal met iets anders bezig is. “

F: Wat kun je vertellen over de documentaire serie Medair Lives?

R: “Samen met Helmut Schleppi, een andere Nederlandse regisseur hadden wij het gevoel om naast al het entertainment wat er gemaakt wordt, ook iets bij te dragen aan de maatschappij. We vonden de organisatie Medair Lives. Zij zijn een soort Artsen zonder Grenzen. Ze gaan naar alle vuurhaarden in de wereld om daar met vrijwilligers voor de vluchtelingen te zorgen. Wij hebben toen aangeboden om die vrijwilligers en de organisatie te volgen en daar een documentaireserie over te maken. We zijn naar Jordanië gegaan. We hebben een kilometer van de Syrische grens een week lang allemaal medewerkers van Medair Lives gevolgd die Syrische vluchtelingen helpen. Wij willen vooral die medewerkers belichten. Wie zijn al die mensen die andere mensen helpen? We zouden daarna naar Bangladesh en Irak gaan maar door het coronavirus is dat nu ook op de lange baan geschoven. We hopen dat weer op te kunnen pakken. We maken het voor onszelf en voor die organisatie. Medair Lives gaat beelden voor hun outlets gebruiken. Als het als serie helemaal klaar is gaan we de serie aanbieden aan een paar omroepen. Het is in eigen beheer en met eigen financiën samen met Medair Lives gemaakt. Het geeft in ieder geval veel voldoening.”

Medair Lives

F: Hoe was het om voor Netflix twee afleveringen te regisseren van de serie Wu Assassins?

R: “Dat was supercool. Ik ben een groot fan van The Raid films en de fightcrew en de lead actor Iko Uwais zitten in die films en in deze serie. Ik kon een paar maanden spelen met deze fantastische actie performance en fight choreographers. Ik ben zeer trots op de afleveringen. In één aflevering zit een gevecht. Nou, die kwaliteit van vechten dat zie je eigenlijk nooit op televisie. Met Iko en die fightcrew ga ik nog andere leuke dingen doen maar dat hangt allemaal nog in de lucht.”

F: Voor Discovery Channel heb je de film Capsized: Blood in the Water gemaakt voor het Shark Week thema. Hoe is dat tot stand gekomen?

R: “Dat ging eigenlijk heel snel. Ik was net klaar met de serie Knightfall en ik had net twee maanden een gat waarin ik eigenlijk iets anders ging doen. Dat ging niet door. Ik kreeg een telefoontje dat die producent een regisseur zocht die per direct in het vliegtuig kon stappen om naar de Dominicaanse Republiek te komen. Om een haaienfilm te doen. Ik had zoiets nog nooit gedaan en dat is leuk. Ik hou ervan om buiten mijn comfortzone te werken. Ik ben dus in het vliegtuig gestapt en ben eerst naar New York gegaan om de producent te ontmoeten. Ik heb een week gecast in New York en daarna ben ik naar de Dominicaanse Republiek gevlogen en drie weken later lag ik in het water om die film te draaien. Het was echt een ‘last-minute’ ding. Ik moest veel zelf uitvinden. Zo had ik een constructie bedacht waarbij ik de vinnen van een haai door het water kon laten bewegen zonder gebruik te maken van computer animaties. Ik heb dat ook zo in de film gebruikt. Alles werd in de Pinewood Studio’s gedraaid waar ze normaal gesproken heel grote speelfilms opnemen. Maar dit was heel klein, lowbudget, een minimaal aantal acteurs. Echt heel leuk om te doen. En tof dat het op Shark Week werd uitgezonden.”

F: Je haalde de serie net al even aan. Hoe was het om ook twee afleveringen van de serie Knightfall te regisseren?

R: “Dat was mijn agent die mij aanbiedt aan verschillende producties. De show runners en de producenten hadden Redbad gezien en zeiden: die jongen willen we wel hebben. Toen hebben ze me ingehuurd voor de grootste aflevering, dat bestond uit een grote veldslag. We hebben dat in Praag gedraaid. Zo, dat was wel gaaf om te doen hoor. Heel groot budget, supermooie studio’s, veel figuranten maar ook heel mooie camera speeltjes.”

F: Is het voor jou een fijne combinatie om naast regisseren ook zelf te filmen?

R: “Dat hoort wel echt bij mijn stijl. Bij mijn films ben ik ook de D.P. Bij televisieseries is er meestal een D.P waar ik dan mee samenwerk. Meestal ‘operate’ ik wel een van de camera’s naast het regisseren. Ik vind het gewoon fijn om een camera in mijn handen te hebben als ik op de set sta. Dat geeft me meer controle waardoor ik sneller kan werken. Het is mooi om die wereld zelf te creëren en door een lens te zien. Dat geeft me energie en dat komt ook over bij mijn cast en crew.”

F: Zijn er nog nieuwe projecten die op stapel staan waar je alvast een tipje van de sluier kan oplichten?

R: “Ik ben nu met vierentwintig projecten tegelijkertijd bezig. Heel veel series ook. Je blijft ontwikkelen. Je blijft projecten opzetten. Meestal gaat er tien procent door en dat is dan je nieuwe project.”

F: Is er ook een kans dat je snel iets in Nederland gaat maken?

R: “Ik hoop het. We hebben net weer iets ingediend bij de Telescoop*. Dat is echt heel gaaf. Ik kan er nog niet zoveel over vertellen. Ik hoop dat we het gefinancierd krijgen want het is een verhaal dat echt verteld moet worden.“

* Telescoop: Het Filmfonds, de publieke omroep en CoBo stimuleren de productie van Telescoopfilms, onderscheidende en ambitieuze speelfilms van hoge cinematografische kwaliteit voor een groot publiek en met culture meerwaarde.

F: Moeten we dan denken aan een historisch verhaal?

R: “Het is een modern geschiedenisverhaal. Van de afgelopen twintig jaar.”

Focus op Film kijkt er naar uit en wil Roel hartelijk bedanken voor zijn tijd en medewerking.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: